|
Netpolariteit, netkabels, aparte groep(en), stekkerblokken
en volgorde van de stekkers in het stekkerblok (15-2-2002
- updates 30-10-2005 en 11-01-2010)
Opmerking (11-1-2010):
dit verhaal is geschreven in 2002, bijgewerkt in oktober 2005
en bij het gedeelte over "de volgorde van de stekkers in
het stopcontact" niet meer volledig van toepassing op mijn
situatie. Sinds 2009 gebruik ik een PS
Audio Powerplant Premier (PPP) die de stroom regenereert
tot een schone en exacte 230 Volt, feitelijk 5 aparte groepen
heeft en tevens is voorzien van piekstroombeveiliging. Mijn
gehele set is op de PPP aangesloten via een dedicated 16A audiogroep.
De Siltech Octopus zit op één van de aansluitingen
van de PPP voor de tuner en de Konstant M-3 voeding van de draaitafel
en heeft dus nog een aantal stopcontacten beschikbaar voor testdoeleinden.
De rest van de set is aangesloten op de overige 4 aansluitingen
van de PPP.
Inmiddels zijn ook alle XTC powercords, die verderop in dit
verhaal worden genoemd, vervangen door NBS
powercords uit de Active-serie. Doordat de XTC kabels zo
stug en dik zijn bleken ze niet geschikt voor de Mark Levinson
No. 380S waar de aansluiting in de bodemplaat zit én
de combinatie met de PPP onderin het audiorack.
De KE SNS plug van Kemp wordt vanwege de PPP niet meer in de
audiogroep gebruikt en is verhuisd naar de groep waarop de televisie,
decoder en een eenvoudige HT-set zit aangesloten.
Uiteraard blijft netpolariteit, ook in mijn set met de PPP,
een belangrijk gegeven. Óók de PPP heeft er belang
bij en in mijn huidige situatie is de PPP dus correct gepoold
in het stopcontact en de gehele set, op basis van polariteitsmetingen,
aangesloten op de gemarkeerde stopcontacten van de PPP. |
Inleiding
Zo, da's een flinke titel, maar eigenlijk heeft het allemaal wel
met elkaar te maken met als doel om ook in het 230 Volt-gedeelte
je apparatuur zo optimaal mogelijk te laten presteren en negatieve
invloeden zoveel mogelijk uit te sluiten. Er is ongetwijfeld al
veel over geschreven, waarom dan ook nog een stuk van mijn kant?
Omdat ik al jaren kritisch naar het netgedeelte van m'n set kijk
en waar nodig en zinvol verbeteringen heb aangebracht.
Uiteraard ben ik best wel geïntereseerd in het waarom, maar
voor mij telt vooral het resultaat. Ik vertrouw altijd op m'n oren!
Neem ik geen verbeteringen waar, dan vind ik het weggegooid geld
en geef ik dat liever aan muziek uit. In het eerste gedeelte ga
ik wat op de techniek in, maar in dit verhaal gaat het vooral om
de aanpassingen in mijn set en wat de resultaten er van zijn!
Netpolariteit; theorie
Jaren geleden kocht ik een Van Medevoort Polechecker. Met dit apparaat
kun je, net als met een spanningszoeker, de fase en de nul van het
stopcontact bepalen. Maar deze polechecker kan meer, hij meet ook
het electrisch spanningsveld rondom de behuizing van een apparaat.
Dit spanningsveld ontstaat door het transformeren van 230 volt wisselspanning
naar een bruikbare laagspanning. Deze statische spanning is dus
meetbaar met een polechecker, maar ook met een multimeter en kan
varieeren per apparaat.
 |
Peter van Willenswaard legde het in een artikel in de HVT ooit eens
mooi uit: Volgens hem draait het hierbij feitelijk allemaal om lekstroom.
Lekstroom ontstaat door capacitieve koppeling tussen de primaire
en secundaire wikkelingen van de voedingstrafo. Omdat zo'n trafo
niet symmetrisch gewikkeld is, zal de lek afhangen van de precieze
plaats waar de "hete" 230 de trafo ingaat, dus de polariteit
van de netstekker!
Als twee audio-apparaten door een audiokabel verbonden worden, zoekt
die lekstroom zich een weg door de aardkant van die kabel, de mantel
dus als het een coaxiale kabel is. Die mantel heeft wel een kleine
maar geen oneindig lage weerstand.
De Wet van Ohm zegt dat stroom maal weerstand spanning oplevert.
Ofwel: de kabel vertaald lekstroom (die niet alleen puur 50 Hz hoeft
te zijn maar ook bijv. vervorming en ratels kan bevatten) in een
spanning over de kabels, een stoorspanning die het audiosignaal
vervuilt.
Daarom is het zinvol de lekstromen te minimaliseren; het audiosignaal
klinkt dan schoner!
Persoonlijk vind ik dit een mooie verklaring die voor mij voldoende
argumenten bevat om goed op de netpolariteit te letten, maar wel
op een zodanig manier dat de lekstroom, ofwel vereffeningstroom,
door audiokabels minimaal zijn.
De aantasting van het audiogeluid ontstaat dus doordat de audiokabel,
die de apparaten onderling verbindt, behalve het audiosignaal, ook
nog de (negatieve)invloed van het spanningsverschil tussen twee
kasten te verwerken krijgt! (ene kast heeft bijv. 60 volt statische
spanning, de andere 20 volt, 60-20=40 volt spanningsverschil).
De polariteitsmeting met behulp van een polechecker lost dus slechts
een deel van het "probleem" op. Het beste resultaat geeft
dus niet uitsluitend het bepalen van de juiste polariteit, maar
dus ook de laagste spanning (het liefst 0 volt) die door de interlinks
loopt als resultaat van de correcte metingen! Je kunt dus eigenlijk
alleen maar met een multimeter het kleinste (negatieve) spanningsverschil
bepalen!
De polariteitsmeting in de praktijk
Let op: werken met 230 Volt brengt altijd
risico's mee, let dus op je eigen veiligheid als je de beschreven
handelingen uitvoert. Heb je er echt geen verstand van, laat de
onderstaande handelingen dan door een ervaren persoon uitvoeren!!
Hier beschrijf ik stapsgewijs hoe je met een digitale multimeter
(DMM) te werk gaat. Houdt er rekening mee dat je een geaard apparaat
tijdens de meting ongeaard aansluit. Je meet namelijk het potentiaal-verschil
tussen de randaarde en het chassis van het apparaat. Bij ongeaarde
apparaten (meestal voorzien van een platte stekker) is dat uiteraard
geen probleem. Indien je apparaat is voorzien van een randaardestekker
zul je tijdens de meting een oplossing moeten verzinnen. Maak bijvoorbeeld
even een stekkerblok waarbij je de randaarde niet aansluit.
- trek alle stekkers van je set uit het stopcontact en koppel ze
ook van elkaar af, dus alle interlinks lostrekken;
- bepaal met een spanningszoeker de plus (+) en min (-) op de wandcontactdoos
(lampje brandt bij de + zijde) én, indien je deze gebruikt,
op je stekkerblok. Plak daarna een rood stikkertje op het stopcontact,
op de stekker van het stekkerblok bij de plus-zijde en voor de duidelijkheid
ook op het stekkerblok zelf, uiteraard ook aan de pluszijde;
- stel je DMM in op wisselspanning (ACV of V~) en raak met de ene
meetpen de metalen aardbeugel in het stopcontact aan en met de andere
meetpen een massa-punt op het apparaat. (bijv. een bevestigingsschroef
of de buitenkant van een cinch-aansluiting van het apparaat.
- noteer het aantal volts die de DMM aangeeft;
- trek de stekker eruit van het apparaat, draai 'm om en meet nu
nogmaals. De laagste waarde is de beste waarde!
- Heb je de laagste waarde bepaald, plak dan een sticker op de
stekker van het apparaat aan dezelfde kant als aan de +-zijde van
het stopcontact. Voordeel van het stickertje op de stekker van het
apparaat is dat je daarna nooit meer opnieuw de polariteit hoeft
te bepalen, want als je het (gemeten) apparaat op een ander stopcontact
zet, hoef je alleen even met een spanningszoeker de pluszijde van
het betreffende stopcontact te bepalen en van een stickertje te
voorzien.
- Herhaal de meting bij de andere apparaten in je set. Sluit daarna
pas alles weer aan.
- Soms is het verschil tussen beide waarden bij een bepaald apparaat
nauwelijks te zien. In zo'n geval is het apparaat voorzien van een
ingebouwd netfilter of heeft een ringkerntrafo met een laag strooiveld.
In dit geval heeft polariteitmeting geen zin en kun je hooguit op
het gehoor verschillen vaststellen!
Werkt deze methode niet (goed), dan kun je met behulp van het artikel
van Peter van Willenswaard je DMM iets modificeren zodat het wél
werkt! Een kopie van het artikel kun je per e-mail
bij mij opvragen.
Volgorde van de stekkers in het stekkerblok
In het ideale geval zou je moeten denken aan 3 extra aparte stroomgroepen
in de meterkast. Één voor de digitale apparaten, één
voor de analoge en één voor de eindtrap(pen) en dan
ook nog het liefst aparte wandcontactdozen voor ieder apparaat.
In de praktijk heb je vaak maar één groep ter beschikking
en ben je genoodzaakt om een stekkerblok te gebruiken.
In mijn geval heb ik één aparte en geaarde groep laten
aanleggen, die uitkomt in een dubbele wandcontactdoos, waarop de
meeste apparaten, behalve de eindversterker, via een Siltech Octopus
stekkerblok zijn aangesloten.
Hoe plaats je ze nou? De meningen verschillen hierover nogal, vooral
welke als eerste moet: de cd-speler of de voorversterker. De grootste
"netvervuilers", dus cd-speler/DAC, zou je aan het begin
kunnen plaatsen.
De voorversterker werkt met iets kleinere signalen en de bronnen
werken met de kleinste signalen, dus hierna volgt de voorversterker,
dan de tuner en bijv. een cassettedeck..
Volgens andere meningen zou als eerste de voorversterker moeten,
deze zou dan minder worden beïnvloed door 'digitale vervuiling'
komende uit de CD-speler. De voorversterker staat dan immers als
eerste in de 'nog schone' stroomkring. Ik heb er in ieder geval
voor gekozen om de cd-speler als belangrijkste bron vooraan te plaatsen.
De eindversterker werkt met de grootste signalen, en is dus ook
het ongevoeligst is voor de storing (% van het signaal), het is
tevens de grootste stroomtrekker. Algehele regel is dat versterkers/eindversterkers
óf een eigen plek in de wandcontactdoos krijgen óf
aan het eind van het stekkerblok worden geplaatst, dat is dus de
laatste entree zover mogelijk van de plek waar de kabel het stekkerblok
binnenkomt.
Overigens wordt beweerd dat stekkerblokken die alle dozen parallel
aan elkaar hebben het minste resultaat geven. Beter zou het om alle
contactdozen in ster aangesloten te hebben. Dan hebben de apparaten
de minste invloed op elkaar. Als je een stekkerblok hebt met een
aparte digitale-, eind - en overige sectie zijn deze vaak t.o.v.
elkaar wel parallel geschakeld maar t.o.v. elke sectie weer in ster.
Bij onderstaande volgorde van de stekkers is uitgegaan van het gegeven
(review HomeStudio april/mei 1999) dat het Siltech Octopus (bouwjaar
1999) is opgebouwd als parallel geschakeld stekkerblok en niet als
een stergeschakeld stekkerblok.
Bij een stergeschakeld stekkerblok heeft de volgorde van de stekkers
geen zin. Er is bij een sterschakeling namelijk geen elektrisch
verschil tussen de diverse posities, elk stopcontact heeft zijn
eigen toevoer vanaf het punt waar ze samenkomen op de gemeenschappelijke
aansluitkabel.
De volgorde in mijn stekkerblok in 2002 was: (zie ook de opmerking
bovenaan dit artikel)
1. cd-speler (dus het dichtst bij de kabel);
2. KE-SNS plug (parallelfilter);
3. voorversterker
4. phono voortrap;
5. tuner.
De eindversterker zat rechtstreeks aangesloten op de onderste entree
van de wandcontactdoos van de aparte en geaarde audiogroep. De bovenste
entree van deze wandcontactdoos wordt bezet door het Octopus stekkerblok.
De trafo's van de draaitafel, koptelefoonversterker, en m'n koptelefoon
zitten aan de andere kant van het meubel op een andere groep ingeplugd!
 |
|
Op de foto van links naar
rechts zie je de situatie van 2002: XTC Black Ultimate, KE-SNS
plug, XTC Black Ultimate, dropveter, dropveter, de eindversterker
zit rechtstreeks op de onderste entree van de WCD. Zie de
opmerking bovenaan dit artikel voor de huidige situatie.
|
De "dropveter"kabel van de tuner wil ik nog een keer
vervangen. De stikkertjes op de stekkers geven de juiste positie
van de stekkers in het stopcontact aan!
Resultaten
Polechecken: toen ik jaren geleden m'n toenmalige set voor
het eerst in fase zette met behulp van de VM polechecker, waren
de verschillen gelijk goed te horen. Opvallend hierbij was de grotere
rust in het geluid en minder "scherpe randjes". Ook in
m'n huidige set zijn de resultaten zeer goed!
Netkabels: ik vind het moeilijk om individuele verschillen
te beschrijven. M'n eerste ervaringen met netkabels van MIT waren
teleurstellend. Ik nam eigenlijk helemaal geen verschillen waar.
Later ben ik gaan experimenteren met Siltech en hier nam ik wél
verschillen waar ten opzichte van de standaard "dropveters".
Het leverde me een breder en dieper geluidsbeeld op, meer rust en
betere definitie in zowel hoog als laag.
Inmiddels zijn de Siltech powercords vervangen door XTC Black Ultimate
powercords. Deze gevlochten massief koperen kabels gaven in vergelijkende
testen met Siltech o.a. een hoorbare dynamiekwinst, meer druk in
het laag en een betere plaatsing. De review van de XTC producten
kun je hier lezen.
Netfilters: vooralsnog gebruik ik een parallelfilter van
Kemp Dit filter gebruik ik om de laatste restjes netvervuiling
op m'n schone groep uit te bannen.
Ik had tijdens het schrijven dit artikel (2002) nog weinig ervaring
opgedaan met serienetfilters en powerregenerators. Het heeft uiteindelijk
tot 2009 geduurd toen ik een PS Audio
Powerplant Premier uitprobeerde in mijn set. Deze beviel zo
goed dat 'ie is gebleven.
 |
| De Powersource van Kemp stond in 2002 op
m'n lijstje om een keer uit te testen. Helaas is het er nooit
van gekomen. |
© Audiopaul 2001 - 2010
|